Toespraak van de minister van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap, Ingrid van Engelshoven, bij de uitreiking van de Johannes Vermeerprijs 2021, aan Natasja Kensmil, op 1 november 2021

[ Let op: het gesproken woord geldt! ]

Beste mensen, en bovenal, beste Natasja,

We hebben zojuist het lovende oordeel van de jury over jouw werk gehoord.
Nu heb ik de eer om je toe te spreken, voordat ik de Johannes Vermeerprijs voor het jaar 2021 aan je uitreik.
Ik doe dat met veel genoegen. En met grote bewondering.

In aanloop naar vandaag heb ik je werk nog eens extra goed bestudeerd.
Niet alleen omdat ik hier een verhaal wil vertellen dat jou eer doet.
Maar ook om het simpele feit dat ik er van geniet.
Me verdiepen in een uitmuntende kunstenares. Proberen te snappen waarom ze doet wat ze doet.
En steeds opnieuw kijken naar de doeken – omdat er altijd weer iets nieuws uitspringt.

Als minister waardeer ik kunst om wat ze is, betekent, en in beweging zet.
Geen werk doet dat op dezelfde wijze.
Het één overdondert. Het ander laat je dromen. Schrikken. Huilen zelfs, soms.
Het juryrapport heeft het in jouw geval, Natasja, onder andere over ‘ontregelen’.
Ons de dingen op een andere manier laten zien.
Daarvoor kies je een pad waar de minderheid van de kunstenaars voor kiest.
Namelijk, een donker pad. Want het zware, het heftige, het duistere, in de kunst en in de mens fascineert je.

Mij ook.
Voor een liefhebber van Monet, Sluijters of Kandinsky klinkt het misschien vreemd in de oren – maar de manier waarop juist het donker overweldigt, dat kan echt genieten zijn.

Ik had voor vandaag al best wat van jouw tekeningen en schilderijen gezien.
Gek genoeg had ik een reportage van een paar maanden geleden over jouw werk en drijfveren, gemist.
We mogen als kijker een kwartiertje in je atelier zijn. Je ‘isoleercel’ noem je het.
In korte tijd leren we veel over jouw werk.
Je zegt bijvoorbeeld dat het altijd moeilijk is om te beslissen wanneer een schilderij af is.
Dat past bij een kunstenares die ons een andere blik geeft op wat we tot toe nu als ‘bekend’ of ‘waar’ veronderstelden.
Want wanneer kun je zeggen dat iets je écht bekend is?
Wanneer is een geschiedenis volledig?
Wie bepaalt eigenlijk of iets compleet is?
Als je anders besluit te kijken, zie je altijd weer iets nieuws.

Jij geeft ons met jouw werk vaak een nieuwe kijk op wat we dachten dat afgerond was.
Dat is van grote waarde.
Kunstenaars die de vanzelfsprekendheid bevragen, die maken iets wat vast zit, los. Wéér, of voor de eerste keer.
De wijze waarop kunst dat kan, is uniek.
En het brengt ons vooruit.

Om tot zo’n beloftevol werk te komen, ga je niet over één nacht ijs.
Je bevraagt ook jezelf. Springt ons als het ware vóór. Het diepe in.
In de reportage die ik noemde ben je ook openhartig over je persoonlijk leven.
Je vertelt dat je voor best wat dingen bang was of bent. En dat de angst in je werk is gaan zitten.
Angst zorgt voor verbeeldingskracht, zeg je.
Dat vond ik mooi gesproken.
Toen je het zei dacht ik: dit maakt angst niet alleen destructief, maar ook productief.
Voor kunstenaar en kijker.
Het was haast geruststellend. Hoopvol.

Dat gevoel had ik ook toen de reportage op z’n eind liep.
Aan het slot zien we jou, aan het eind van je werkdag, in je atelier.
Je draait je schilderijen om.
We zien de dunne latjes waar je het doek aan optilt. Voorkanten tegen de muur. Zodat je de volgende dag niet ziet welk beeld je hebt achtergelaten.
Je komt in een neutrale ruimte terug.
Voor wie er de waarde niet in ziet, lijkt het misschien gewoon een routine. Een klein, onschuldig ritueel. Maar er zit natuurlijk veel meer in.
Afhankelijk van hoeveel doeken je moet omdraaien, is de handeling an sich inderdaad klein.
Maar in de trouwe herhaling van die handeling, elke werkdag opnieuw, zit juist grote nederigheid. En eerbied voor het onbeschreven blad.
We zien een kunstenares, een professional met overtuiging, die elke dag met een nieuwe blik wil kijken.
Op deze ogenschijnlijk eenvoudige manier houd je de vooringenomenheid buiten de deur.
Het siert je.
Draaiden we allemaal maar eens wat vaker onze schilderijen om aan het eind van de dag.

Beste Natasja,

In 1998 ontving je al eens een prijs uit handen van onze toenmalige vorstin, koningin Beatrix.
Vandaag ontvang je de grootste staatsprijs in de Nederlandse kunsten.
Van harte gefeliciteerd met de Johannes Vermeerprijs voor het jaar 2021.
Kom je naar voren om de prijs in ontvangst te nemen?